Hoe een OHM eruit moet zien

Zoals van ieder ras is er een standaard voor de Oudhollandse Meeuw. Deze wordt door de speciaalclub de  O.H. Meeuwclub bijgehouden.

Je kunt deze hier vinden.

Standaardtekening OHM nieuw

Officiële standaardtekening Oudhollandse Meeuw

Hier mijn  interpretatie van de standaard en hoe ik hier in de praktijk mee omga. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het nog niet zo eenvoudig om goeie Oudhollandse Meeuwen te fokken. Er zijn zoveel belangrijke raskenmerken dat er al snel iets aan mankeert. Eigenlijk zijn er voor mij drie hoofdpunten, de aftekening, het type en stand en de kop.
Het selecteren begint bij mij met de aftekening. Een dier moet al heel veel fokwaarde hebben, wil ik een tekeningfout accepteren. Jammer genoeg is de realiteit dat ongeveer 40% van de jongen die ik fok een tekeningfout heeft. Bonte buiken komen regelmatig voor en ook het ontbreken van een of meer gekleurde duimveren. Van mijn 24 fokdieren hebben er twee een tekeningfout, eentje heeft een vlek op de borst en een ander heeft de 5e slagpen gekleurd. In mijn eerste fokjaar had ik nog wel een paar meer dieren met tekeningfouten. Als het een goed dier uit een goed hok is, moet je het toch maar gewoon proberen en in de nafok die fout er dan maar weer uitselecteren.

Lengte in achterpartijDaarna selecteer ik eerst op type en stand. Dat gaat bij mij nog voor de kop. Lange dieren fok ik niet mee. Ik heb zelfs een absolute grens bedacht om de lengte van de staart te kunnen beoordelen, want de lengte van de staart bepaalt voor het grootste deel de lengte in de achterpartij. Als ik een duif in de hand heb leg ik mijn platte hand met uitgestoken duim over de staart, met het duimgewricht  in het kuiltje tussen de rug en de staart. De staart mag dan bij de doffers niet voorbij de grens tussen het 1e en 2e vingerkootje van mijn wijsvinger komen. Bij de duivinnen moet de staart daar minimaal een halve centimeter binnen blijven. Dit lijkt nogal ingewikkeld (vooral als je het moet opschrijven!) maar het is voor mij al een automatisme geworden als ik een duif in de hand neem. Ik heb gemerkt dat mijn dieren vaak iets korter zijn dan die van andere fokkers. Verder moet een Oudhollandse Meeuw voor mij breed en diep in de borst zijn. Ik ben daar strenger in dan veel keurmeesters merk ik, want op de shows zie ik regelmatig smalle dieren waar dan geen opmerking over wordt gemaakt. Ik vind het in ieder geval gewoon mooi staan bij de Oudhollandse Meeuw. Verder houd ik van stevige en niet te kleine dieren. Als Oudhollandse Meeuwen te klein worden gaat dat meestal ten koste van de snavels, die worden dan te fijn en pieterig en dat past niet bij het ras.

M2011S5696

Oudhollandse Meeuw, voor mij het ideaalbeeld (heeft jammer genoeg tekeningfout)

Over hoe een goede kop er uit behoort te zien is regelmatig discussie. De ideale kop heeft een lange schedel met een duidelijke stop en vloeiende voorhoofdslijn. Een millimetertje meer of minder structuur in de voorkop geeft vaak al een enorm verschil en dat maakt het moeilijk. Soms fok je een jong met voor de rui nog een prachtige stop, waarbij er na de rui nog zoveel vulling bijkomt dat de stop niet meer goed zichtbaar is. Ik vind de stop erg belangrijk, net als een krachtige snavel. Deze twee onderdelen hebben bij mij prioriteit. Aan de andere onderdelen van de kop doe ik wel regelmatig concessies, ik fok dus soms met dieren met een wipsnavel, slechte kuif, kneep etc. In de opbouw van mijn stam heb ik daarin op dit moment dan ook nog de meeste variatie.
Er zitten natuurlijk nog veel meer onderdelen aan de Oudhollandse Meeuw die van belang zijn. Ik selecteer er streng op dat mijn dieren een vol jabot en een goede keeluitsnijding hebben en geen krom borstbeen. Deze onderdelen vererven nogal sterk is mijn ervaring. Bij veel andere onderdelen kun je bij het opbouwen van een stam wel wat risico’s nemen.