Even Voorstellen

Mijn naam is Wierd de Boer. Een groot deel van mijn leven fok ik al Oudhollandse meeuwen en ik wil jullie graag deelgenoot maken van mijn hobby.

Wierd de Boer

Mijn eerste koppeltje duiven kreeg ik toen ik een jaar of acht was. Dat waren toen postduiven en ik kreeg ze van mijn pake (Fries voor opa). Hij had er een hok vol van. En ik herinner me nog dat wanneer we daar op zondag op bezoek gingen we altijd een doosje met wat duiven mee terug moesten nemen en die dan op een afgesproken tijd los moesten laten. Dit was voor pake de methode om z’n duiven te trainen. We woonden maar een kilometer of 10 van hem vandaan, maar toch.
Ik ben opgegroeid op de boerderij in Nijega, bij Drachten en we hadden dus allerlei dieren, waaronder ook kippen. Mijn duiven hield ik bij het kippen in het hok. Het duurde echter niet lang of op een morgen vroeg kwam ik in het hok en allebei waren dood! Grote paniek natuurlijk en ik dik in tranen. Ze bleken te zijn doodgebeten. Afgezien van een kleine wond onder een van de vleugels mankeerde hen niets. Alle kippen waren ook nog in goeie gezondheid.
Wij zo snel mogelijk weer naar pake. Hij zei dat hij wel iets beters wist en nam me mee naar een sierduiven liefhebber in het dorp. Daar zag ik m’n ogen uit. Honderden sierduiven en ze vlogen allemaal los rond het huis. Wat ik me ervan kan herinneren waren het voornamelijk Nederlandse rassen, meeuwtjes, kapucijnen en kroppers. Ik had nog nooit eerder zoveel sierduiven bij elkaar gezien. Die man nam een emmer voer mee naar buiten en op het moment dat hij het uitstrooide kwamen ze van alle kanten aanvliegen. Ik mocht een koppeltje uitzoeken, wat een feest! Mijn oog viel toen op een paar witte meeuwtjes en met wat moeite konden ze worden gevangen. Met de duiven in een margarinedoosje naar huis, ik was de koning te rijk.
Pake zei dat dit nog leuker was dan die postduiven, want deze zouden wel snel eieren gaan leggen. Ik had op zijn advies al snel van een paar plankjes een nestbakje gemaakt en binnen een week lag er al het eerste ei.
Later heb ik me pas gerealiseerd hoe sterk die dieren waren, want ga maar na. Ze kregen alleen gemengd graan (kippenvoer) en kippengrit te eten en zo lang ik duiven heb gehad, kwamen er steeds twee eieren en vervolgens ook twee jongen. Ik wist niet beter dan dat zo hoorde! Later heb ik daar wel eens met weemoed aan terug gedacht.
Een tijdje later kwam ik bij een meer serieuze duivenfokker. Hij had meeuwtjes in zwart en in blauw en ik was verrukt hoe mooi hij het duivenhok had ingericht met keurige broedhokken naast en boven elkaar.
Ook herinner ik me hoe ik een keer aan het eind van de middag een mooi blauw meeuwtje op het dak van de boerderij zag zitten. Ik hield hem in de gaten en nam me voor dat wanneer die er bij donker nog zou zitten, hij voor mij zou zijn. Dus ´s avonds stiekem in pyjama uit het dakraam klimmen en via de schuine kant naar de nok, de duif onder het jasje en weer terug. Op m´n tenen de trap af en de duif in het duivenhok. Deze heb ik gepaard aan een van m´n eigen witte.
In die tijd wist ik nog niet dat je met duiven naar een tentoonstelling kon gaan. Voor mij was het gewoon plezier zelf dieren te verzorgen en dan vooral wanneer ze jongen kregen.
Zo hebben we thuis wel meerdere sierduiven gehad, alles vloog dan ook vrij rond. Ik herinner me dat het met pauwstaartjes vaak niet zo goed afliep. Ze waren regelmatig prooi voor de kat. Hollandse kroppers waren ook heel leuk, vooral het klapwieken als ze rondvlogen.
Uiteindelijk volwassen geworden ging ik het huis uit en heb enkele jaren niet meer naar sierduiven omgezien. In mijn flat in Leeuwarden had ik nog van een televisietoestel een duivenhok voor in de kamer gemaakt en daar hield ik dan een koppel tortelduiven in. Niet erg praktisch in de woonkamer natuurlijk, maar toch. Toen ik in 1979 een huis kocht in de Sweelinckstraat in Leeuwarden, bleek daar nog een parkietenvolière achter te zitten. Dus het duurde niet lang of ik had weer een paar duifjes, gewoon van alles wat.
Inmiddels werkte ik bij de politie van Leeuwarden en op een bepaald moment kwam ik erachter dat mijn collega Jan Charisius een serieuze meeuwenfokker was. De officiële naam bleek Oudhollandse Meeuw te zijn en je kon er mee naar een tentoonstelling kon gaan. De dag dat Jan en ik daar toevallig over aan de praat raakten ben ik nog bij hem thuis geweest en ik kwam met een koppel geelzilvers weer thuis.
Dat was eigenlijk het begin van het serieus sierduivenfokken. Ik werd lid van de Friesche Sierduivenclub en ook van de Oudhollandse Meeuwclub. Jan Charisius startte een fokkerscombinatie met Klaas de With en wij drieën kwamen wekelijks bij elkaar over de vloer, duivenmelken.
De parkietenvolière maakte plaats voor een echt duivenhok waar ik 8 koppels kon houden. In die eerste jaren had ik verschillende kleurslagen maar de blauwe vond ik toch het mooiste. Ik denk dat dat zo was gekomen door die blauwe doffer die ik als jongetje in het donker van het dak van de boerderij had gehaald. Na een paar jaar ben ik dan ook uitsluitend die kleurslag gaan houden. Veel plezier heb ik altijd beleefd aan mijn duiven. In 1993 verhuisde ik en kreeg toen een grotere tuin. Dat bood natuurlijk weer meer mogelijkheden voor de fok. Ik bouwde een hok voor 12 koppels.

# 1995 Wierd in duivenhok

1995, in de voliere tussen de duiven

Vanaf 1999 heb ik enkele jaren op een appartement gewoond en kon toen geen duiven meer houden. Ik kwam echter nog wel steeds bij mijn vriend Klaas de With over de vloer en in het duivenhok. Uiteindelijk heb ik weer een huis met een tuin en in 2009 ben ik opnieuw met Oudhollandse meeuwen begonnen.